Tussenkomst 'State of the Union'

11 oktober 2017

Tussenkomst 'State of the Union'

 

Mijnheer de voorzitter,

Collega’s,

Mijnheer de eerste minister,

 

U hebt gisteren in het begin van uw beleidsverklaring terecht gezegd dat wij leven in een wereld in volle verandering en dat de antwoorden op deze uitdaging kunnen herleid worden tot 2 keuzes: de keuze voor een open samenleving of de keuze voor een gesloten samenleving. 

U hebt klaar en duidelijk gezegd dat u kiest voor een open samenleving, voor samenwerking en voor dialoog, niet voor het wij-zij denken, niet voor confrontatie, niet voor polarisering.

Als christendemocraten treden wij uw woorden volmondig bij.

Openheid, samenwerking en dialoog zijn de fundamenten waarop onze politieke visie steunt, maar waarop ook onze federale staat en de Europese Unie zijn gebouwd.

Wij willen dat dit zo blijft.

 

Ik sluit mij ook volledig aan bij uw oproep voor waardigheid in het politieke debat.

Onze samenleving verruwt en de politiek ook.

Jammer genoeg.

Samen met u, mijnheer de eerste minister, ben ik ervan overtuigd dat dit de geloofwaardigheid van de politiek niet ten goede komt en het vertrouwen in de democratie aantast.

Ik hoop dan ook dat uw oproep niet in dovenmansoren valt.

 

Dit gezegd zijnde, mijnheer de eerste minister, het grootste gedeelte van uw beleidsverklaring handelde over de ‘staat van het land’, zoals dat trouwens van een beleidsverklaring mag verwacht worden.

 

U hebt met overtuiging aangetoond dat de ‘staat van ons land’ zonder meer goed is, zeker op sociaaleconomisch vlak.

Deze regering maakt haar ambitie waar om een gezonde economische omgeving te creëren om zo meer mensen aan het werk te krijgen en ons sociale bescherming te handhaven op een niveau dat heel veel landen ons benijden.

Kortom, zij zorgt voor economische groei met sociale vooruitgang.

 

De concurrentiekracht van onze bedrijven is verbeterd,

Er is een aanzienlijke toename van het aantal nieuwe ondernemingen,

het aantal jobs is sterk toegenomen,

de werkloosheid is gedaald,

en het beschikbaar inkomen is gestegen.

De zeven magere jaren na de financiële crisis liggen blijkbaar achter ons.

Eindelijk.

 

Ik weet dat de oppositie zal zeggen, en mijn collega Laaouaj heeft dat trouwens al gedaan, dat al die positieve resultaten op sociaaleconomisch vlak niet de verdienste zijn van het regeringsbeleid.

 

Ons land is natuurlijk geen eiland.

Een open economie als de onze wordt uiteraard beïnvloed door wat er rondom ons en vooral in onze buurlanden gebeurt.

Maar zonder de keuzes van deze regering om de lasten op arbeid te verlagen, de lonen te matigen en de arbeidsmarkt te hervormen, zouden er nooit zoveel jobs zijn bijgekomen in de privé-sector en nooit zoveel zelfstandigen zijn bijgekomen.

 

Ik ben ervan overtuigd dat de maatregelen van het Zomerakkoord dit succes nog zullen versterken.

En dan gaat het onder meer over de hervorming van de vennootschapsbelasting die nodig is omdat we, zoals ik daarstraks heb gezegd, niet op een economisch eiland leven en dus niet blind mogen zijn voor wat onze buurlanden op dit vlak doen.

 

Maar ik heb vorig jaar ook gezegd dat het een efficiënte hervorming moet zijn:

ze moet goed zijn voor de werkgelegenheid, ze moet goed zijn voor de KMO’s zijn, ze moet rechtvaardig en ze moet budgetneutraal zijn.

 

Ik stel vast dat het akkoord over de hervorming van de vennootschapsbelasting aan die 4 criteria beantwoord.

De hervorming van de vennootschapsbelasting zet sterk in op een lastenverlaging voor KMO’s en kleine zelfstandigen, omdat zij de ruggengraad vormen van onze economie.

Ze is ook voordeliger voor kleine ondernemingen dan voor grote.

En afgesproken is dat de budgettaire neutraliteit zal worden verzekerd.

Daarenboven zullen de fiscale nadelen die kleine zelfstandigen nu hebben in vergelijking met vennootschappen worden weggewerkt.

Ook dat is rechtvaardigheid.

 

Maar een ondernemingsvriendelijk beleid is meer dan alleen fiscaliteit.

Dat is ook een juridisch kader voor ondernemingen aangepast aan de economie van vandaag.

Het huidige Belgische vennootschapsrecht voldoet daar niet meer aan.

Daarom dat de regering ook een grondige hervorming van het Belgisch vennootschaps- en ondernemingsrecht voorbereid.

 

Daarnaast zijn er nog een reeks andere maatregelen in het Zomerakkoord die onze economie meer zuurstof zullen geven.

Om nieuwe jobs in de bouwsector te creëren komt er een lastenverlaging van 600 miljoen euro.

Het starten van een eigen zaak wordt makkelijker gemaakt.

De taxshift wordt verder uitgevoerd.

Een investeringspact tussen nu en 2030 zal 60 miljard mobiliseren voor investeringen in digitalisering, mobiliteit, energietransitie, gezondheid, onderzoek en ontwikkeling.

 

Maar het werk is niet af.

Zo stellen we vast dat niettegenstaande de grote toename van het aantal jobs, onze arbeidsmarkt met een aantal structurele problemen blijft kampen.

Het recentste rapport van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid legt nog eens de vinger op de wonde.

Vrouwen, jongeren, ouderen, personen met een beperking, en personen van buitenlandse herkomst: in vergelijking met onze buurlanden is hun participatie aan de arbeidsmarkt te laag.

De ambitie van deze regering moet er in bestaan om ze allemaal een plaats te geven op de arbeidsmarkt, op maat van hun competenties.

Ik las vorige week dat ons land met grote voorsprong het land is in de Eurozone met de hoogste vacaturegraad en dat die bovendien nergens zo snel is gestegen als in ons land.

Dan zou de uitdaging erin moeten bestaan om die doelgroepen zo snel als mogelijk aan een job te helpen.

Dat is een opdracht van alle overheden in dit land. Samenwerking en overleg zijn ook hier nodig. 

 

Wij mogen ook niet aanvaarden dat mensen die willen werken op de arbeidsmarkt worden gediscrimineerd.

Daarom ook heeft deze regering in het Zomerakkoord beslist om zgn. mystery calls in te voeren.

Discriminatie willen we in de eerste plaats wegwerken met sensibilisering en zelfregulering, maar als het moet ook met een stok achter deur, met anonieme praktijktesten.

In de vorige legislatuur hebben we hierover lang gediscussieerd maar bleek een akkoord onmogelijk.

Nu wel en dat is een belangrijke stap vooruit.

 

Ook belangrijk voor ons is dat de regering de aanwerving van jongeren tussen 18 en 21 jaar goedkoper maakt voor de werkgever zonder dat de jongeren er netto op achteruitgaan.

 

De cijfers over de werkgelegenheid en het aantal starters zijn positief, maar voor ons tellen niet alleen de statistieken.

Werknemers en zelfstandigen zijn ook mensen en ik stel vast dat mensen die werk hebben veel meer dan vroeger uitvallen.

Het aantal mensen met burn-out is de voorbije 5 jaar meer dan verdubbeld.

Omdat ze het ritme niet meer aankunnen of omdat er geen evenwicht is tussen hun job en hun gezin of privéleven.

Ook dat is een realiteit die we niet mogen negeren.

En dat doet deze regering ook niet.

 

Ze zet in op wendbaar werk maar ook op werkbaar werk.

Ze zet in op telewerk.

Ze zet in op het tegengaan van burn-outs in bedrijven

Ze zet een eerste belangrijke stap voor de terugbetaling van klinisch psychologen en haalt hiermee de geestelijke gezondheidszorg uit de taboesfeer.

Ze zet in op extra ondersteuning van mantelzorgers: wie met een deeltijds contract werkt om een ziek familielid te kunnen zorgen, kan die zorgtijd voortaan laten meetellen bij de opbouw van zijn pensioenrechten.

 

Maar ook de combinatie arbeid en gezin is nog voor veel verbetering vatbaar.

Mensen zoeken een job waarin ze voldoening vinden, maar ze willen ook meer levenskwaliteit.

In deze Kamer liggen daarvoor verschillende wetsvoorstellen op tafel, van onze fractie maar ook van andere fracties, zoals flexibeler ouderschapsverlof, zorgverlof, onder meer voor grootouders, en palliatief verlof.

Het is tijd dat we daar verder werk van maken.

 

Als de werkgevers meer flexibiliteit van de werknemers vragen, dan mogen de werknemers ook meer flexibiliteit van de werkgever verwachten.

Flexibiliteit is voor ons geen of-of-verhaal, maar een en-en-verhaal.

In andere landen kan dat, waarom zou het dan hier niet kunnen.

 

Het Zomerakkoord bevat ook een pakket maatregelen die de koopkracht versterken.

De tweede en derde fase van de taxshift worden uitgevoerd.

De eerste minister heeft gisteren met cijfers geïllustreerd hoe belangrijk dit is, in het bijzonder voor  de lage en middelonen.

Daarom is dit een rechtvaardige taxshift.

 

Ook diegenen die het minder goed hebben, krijgen meer.

De minimumpensioenen worden verhoogd.

Het leefloon is tijdens deze legislatuur met niet minder dan 9% gestegen.

De inschakelingsuitkeringen van werkzoekenden die om ernstige medische redenen of omwille van een beperking moeilijk werk vinden zal de eerstvolgende twee jaren niet worden beperkt in de tijd, in afwachting van een structurele maatregel.

 

De toekenning van sociale rechten wordt zoveel mogelijk geautomatiseerd, wat ervoor moet zorgen dat iedereen die recht heeft op sociale steun ook effectief kan genieten van die steun.

Dit is een belangrijke stap in het terugdringen van de armoede.

Want krijgen waar je recht op hebt is ook rechtvaardigheid.

Een andere belangrijke maatregel is het versterken van de aftrekbaarheid van de kinderopvangkosten voor alleenstaande werknemers met een laag inkomen.

 

Collega’s,

 

Er is de voorbije dagen nogal wat te doen geweest over het verhogen van de sociale uitkeringen.

Ik weet dat een job de beste remedie is tegen armoede maar niet iedereen krijgt de kans om te kunnen werken omwille van ziekte, beperkingen of andere redenen onafhankelijk van hun wil.

Ik weet ook dat er budgettaire beperkingen zijn maar we moeten de ambitie behouden om voor de groep van de meest kwetsbaren hun uitkeringen op te trekken tot het niveau van de Europese armoededrempel.

Dat is wat in het regeerakkoord staat en de eerste minister heeft daar gisteren terecht aan herinnerd.

 

*             *

 

*

 

Collega’s,

 

Vorig jaar heeft de eerste minister in zijn beleidsverklaring gezegd werk te zullen maken van drie belangrijke dossiers: de hervorming van de vennootschapsbelasting, het activeren van spaargeld voor de economie en meer fiscale rechtvaardigheid.

 

Wij hebben toen het standpunt ingenomen dat die drie dossiers aan elkaar gekoppeld waren en dat het ene niet zou kunnen zonder het andere omdat de drie dossiers een inhoudelijke band hebben: hoe kunnen we onze economie versterken en hoe kunnen we zorgen voor een rechtvaardige fiscaliteit.

Ik herinner mij dat de leden van de oppositie op mijn woorden sceptisch reageerden en zij niet alleen, ook sommige leden van de meerderheid deden dat.

 

Een jaar later stel ik vast de eerste minister woord heeft gehouden en dat over die drie dossiers in het een evenwichtig akkoord is bereikt.

 

Collega’s,

 

Ik weet dat sommigen graag een karikatuur maken onze voorstellen inzake fiscale rechtvaardigheid.

Laat me duidelijk zijn: fiscale rechtvaardigheid gaat bij ons niet over meer belasten, niet over het meer belasten van de bakker of beenhouwer of van andere hardwerkende Vlamingen.

 

Fiscale rechtvaardigheid gaat voor ons om anders belasten, om de inspanningen zo rechtvaardig mogelijk te verdelen, om ervoor te zorgen – en ik citeer het regeerakkoord – “dat iedereen zijn deel bijdraagt en dat in een progressief inkomstenbelastingstelsel de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen”.

 

Fiscale rechtvaardigheid is voor ons dat de taxshift voordeliger is voor de lage lonen dan voor de hoge.

 

Fiscale rechtvaardigheid is voor ons de meerwaardebelasting op de verkoop van aandelen door ondernemingen met een belangrijke opbrengst die wordt aangewend om KMO’s en zelfstandigen meer kansen te geven.

 

Fiscale rechtvaardigheid gaat voor ons om het sluiten van achterpoortjes, het tegengaan van misbruiken en verscherpte fiscale controles.

 

Fiscale rechtvaardigheid is voor ons de verscherping en de uitbreiding van de Kaaimantaks, zoals wij in een wetsvoorstel hebben voorgesteld en dat overgenomen is door de regering, waardoor geld uit de belastingparadijzen wordt teruggehaald.

 

Een minimumbelasting voor bedrijven is voor ons fiscale rechtvaardigheid.

 

Een effectentaks is voor ons fiscale rechtvaardigheid.

 

Dat zijn allemaal maatregelen die ons belastingstelsel rechtvaardiger maken en die, collega’s van de oppositie, niet de vorige regeringen hebben genomen, maar deze regering.

Er zijn in het kader van het Zomerakkoord ook afspraken gemaakt voor Arco.

Het plan bestaat erin om de 800.000 Arco-coöperanten gedeeltelijk te vergoeden door een fonds op te richten dat grotendeels zal gefinancierd worden door een privatisering van Belfius.

De premier heeft daarover gisteren gezegd dat de regering hierover in gesprek is met de Europese Commissie.

Dat is een eerste en belangrijke stap om dit dossier tot een goed einde te brengen.

En iedereen heeft voordeel bij een goede uitkomst van dit dossier, niet alleen de Arco-spaarders, maar ook Belfius en dus ook de belastingbetaler.

Collega’s,

 

Vorig jaar werden we geconfronteerd met de verschrikkelijke aanslagen in Zaventem en Maalbeek.

Deze regering heeft ervoor gezorgd dat we beter gewapend zijn tegen terroristische dreigingen en gewelddadig radicalisme.

Nachtelijke huiszoekingen,

het optrekken van aanhoudingstermijn tot 48u die we hebben kunnen realiseren met steun van de oppositie,

strafbaarstellingen van voorbereidende handelingen, het aanzetten tot terrorisme en financiering van terrorisme,

meer middelen voor onze veiligheidsdiensten,

het versterken van de bijzondere onderzoeksmethoden,

de oprichting van lokale integrale veiligheidscellen,

enz.

De lijst van maatregelen is indrukwekkend.

 

Daarbij heeft de regering er steeds zorgvuldig over gewaakt heeft om het evenwicht te behouden tussen het respecteren van de fundamentele rechten en vrijheden van de burgers enerzijds en het versterken van hun veiligheid anderzijds.

 

We hebben uit de aanslagen ook geleerd dat we ons niet alleen moeten wapenen tegen terreur maar ook dat we meer aandacht moeten hebben voor het materiële en psychische leed dat de slachtoffers van de aanslagen is overkomen.

Elk slachtoffer telt. 

 

Dat geldt ook voor de slachtoffers die elke dag in het verkeer vallen.

Daarom is het verbeteren van de verkeersveiligheid voor ons een prioriteit.

Het afgelopen jaar werden al verschillende stappen ondernomen om de straffeloosheid van bestuurders tegen te gaan, onder andere via een betere opvolging van buitenlandse overtreders en van bestuurders die hun boetes weigeren te betalen.

De regering gaat in die richting verder.

Probleembestuurders zullen in de toekomst harder worden aangepakt, door het verhogen van de straffen voor bestuurders die herhaaldelijk zware overtredingen begaan, zoals alcohol of drugs achter het stuur, rijden tijdens een rijverbod, ...

En ook vluchtmisdrijven zullen strenger worden aangepakt.

 

Collega’s,

 

Deze regering houdt koers.

 

Ze zorgt ervoor dat mensen die willen ondernemen dat ook kunnen.

Ze zorgt voor zuurstof voor onze economie door de lasten op arbeid te verlagen en de vennootschapsbelasting te hervormen, vooral in het voordeel van de KMO’s en de kleine zelfstandigen.

 

Ze zorgt ervoor dat meer mensen een job hebben.

Ze zorgt voor wendbaar maar ook voor werkbaar werk.

 

Zij zorgt voor meer koopkracht voor wie werkt en zij zorgt ervoor dat de koopkracht het meest stijgt  voor de lage en middenlonen.

Maar zij zorgt ook voor diegenen die het moeilijk hebben door het verhogen van de uitkeringen.

 

Zij zorgt voor meer fiscale rechtvaardigheid omdat zij een grotere bijdrage vraagt van vermogenden.

 

En zij zorgt ook voor meer veiligheid.

 

 

Om al deze redenen, mijnheer de eerste minister, zullen wij uw regering het vertrouwen geven.

 

 

Servais Verherstraeten

Voorzitter CD&V-Kamerfractie